Een interessante discussie in Forbes medical: Dave Chase waarschuwt de geneesmiddelenindustrie: ze dreigt de trein van digital health te missen. >>Ga naar het artikel in Forbes Medical
AMiCA is een IWT SBO (Strategisch BasisOnderzoek) voortraject met een primaire maatschappelijke finaliteit. Tijdens het voortraject bereiden we een volwaardig SBO project voorstel (vier jaar) voor. In het project extraheren we materiaal (o.a. tekst en afbeeldingen) uit blogs, chatrooms en sociale netwerken. Grote hoeveelheden subjectieve informatie wordt verzameld en geanalyseerd met behulp van automatische tekst- en beeldanalyse. Het doel van AMiCA is het automatisch detecteren van ongewenste inhoud en ongewenst gedrag. >> Naar de website
In het licht van het denken over een e-dossier en mogelijke praktische veranderingen die dit met zich meebrengt: een standpunt uit de medische wereld. De Society for Participatory Medicine pleit voor een onmiddellijke toegang van de patient tot gegevens die in zijn elektronisch dossier zichtbaar zijn voor dokters en verzorgenden. In het ontwerp van de regelgeving die nu voorligt in de VS wordt een vertraging van 4 dagen voorgesteld. >>Ga naar de Comment Letter
6 juni Symposium Games in de Zorg: Hoop of Hype? We ontvangen je graag op de Hogeschool Windesheim in Zwolle, met een mooi programma. Meer info: http://bit.ly/K1mBVC
Met de serious game HeartVille kunnen psychiatrische patiënten met gezondheidsrisico's gezamenlijk een virtueel paradijs bouwen. Ze kunnen 'bouwpunten' verdienen door bijvoorbeeld meer te bewegen of gezond te eten. (bron, Psy 17 april 2012) >>Naar het artikel in Psy
Dr. Kristen Mulcahy ontwikkelde een app voor mensen met obsessief - compulsieve stoornis. De app is gebaseerd op de principes van cognitieve gedragstherapie en kan gebruikt worden op smart-phones. De effectiviteit van de app zelf werd nog niet getest. >>Lees meer op Fierce Mobile Healthcare
Claudia Megele van de Universiteit van Hertfordshire formuleert praktische richtlijnen voor sociaal werkers die zich in de wereld van de sociale media begeven. Haar vertrekpunt is dat sociale media steeds sterker aanwezig zijn in de werkcontext van sociaal werkers. Zeggen dat je als sociaal werker niet weet hoe sociale media werken wordt meer en meer als zeggen dat je geen e-mails gebruikt of dat je niet weet hoe je een telefoongesprek voert.
Via Foursquare laten ze weten waar ze zitten, via Twitter gooien ze hun intiemste bedenkingen de wereld in en via Facebook geven ze hun persoonlijkheid prijs. Het is niet nieuw meer: de sociale media boomen en daar spelen de jongeren een belangrijke rol. Ook de hulpverlening kon niet achterwege blijven en moest inspelen op het online leven van 'de jeugd'. Met hulpverlening via het internet zijn jongeren tegenwoordig nog slechts één muisklik verwijderd van professioneel advies. Itte Van Hecke, stafmedewerkster Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, geeft uitleg. >> klik hier voor het volledige artikel op de website van supo of download de jpg.
Van de studiedienst van de Vlaamse Regering: Internetveiligheid is in het Vlaamse Gewest een probleem net zoals in andere Europese landen. Volgens de enquête ‘Community Survey on ICT usage in Households and by Individuals’ van 2010 werd een derde van de Vlaamse internetgebruikers het voorbije jaar geconfronteerd met één of meerdere veiligheidsproblemen zoals een computerinfectie, misbruik van persoonlijke informatie of schending van privacy, verschillende vormen van financiële schade of het in contact komen van kinderen met ongeschikte websites of potentieel gevaarlijke personen. Als we spam bij de internetproblemen rekenen, komen we nog tot vele hogere percentages.
SPARX, een interactief 3D game ontwikkeld op de universiteit van Auckland doet het in een randomized controlled trial even goed als één op één therapie. >>Ga naar het artikel in de British Medical Journal
Van de organisatoren: Het thema van het vierde symposium ‘Supporting Health by Technology’ is dit jaar ’Best practices for implementation’. Het symposium vindt plaats op dinsdag 22 mei 2012 in De Flint te Amersfoort. >> Ga naar de website
Mainline, de Nederlandse organisatie die zich inzet voor het verbeteren van de gezondheid en de kwaliteit van leven van middelengebruikers lanceert apexx.nl. Apexx.nl is een digitaal magazine vol info-tainment dat een sprankelende aanvulling wil bieden op het aanbod aan infor over drugs op het web.
Christiane Eichenberg en Elmar Brähler, twee Duitse onderzoekers, voerden een bevraging uit bij een representatief staal van de Duitse bevolking (N=2411). Enkele cijfers: 37.3% van de Duitse bevolking gebruikt het web om op zoek te gaan naar gezondheidsinformatie. Dit is 63,5% van de Duitse internetgebruikers. 54,1% van de Duitse internetgebruikers zijn niet geïnformeerd over psychologische onlinehulpverlening. 14 van de 2411 personen die werden bevraagd hadden al gebruik gemaakt van onlinehulpverlening. Zij waren gaven aan 'tevreden' te zijn over deze dienstverlening. >>Lees het artikel.
Een proefproject met personen tussen 18 en 45 jaar die de spoedopname van een ziekenhuis verlieten toont beloftevolle resultaten. "Wanneer we sms-berichten gebruikten om een zicht te krijgen op het drankgebruik van deze jongvolwassenen en er onmiddellijk feedback op te geven dronken ze minder." stelt onderzoeker Brian Suffoletto. De deelnemers volgden een programma van 12 weken. In die 12 weken kregen ze per sms onmiddellijk reactie op het drankgebruik dat ze, ook via sms, rapporteerden. De sms-reacties werden automatisch gegenereerd. >>Ga naar de abstract op de website van Dr. Brian Suffoletto
Het Virtual Reality Clinical Research lab van de Universiteit van Houston teste de haalbaarheid van virtual reality training als het gaat om stoppen met roken. Ze deden dit een een experiment met toevalssteekproef. In de experimentele groep trainden deelnemers copingsvaardigheden in virtuele omgevingen zoals een feestje, restaurantbezoek, de lounge ruimte van een luchthaven, …. . Daarnaast gebruikten de deelnemers in deze groep ook nog nicotinevervangende middelen. Deelnemers in de controlegroep gebruikten enkel deze nicotinevervangende middelen.
Lisa Kays, een studente uit de VS schreef voor de New Social Worker een korte bijdrage over wat het betekent om als digital native professioneel als hulpverlener aan de slag te gaan. Een moedige worsteling met enkele goede literatuurverwijzingen: 'Must I Un-Friend Facebook? Exploring the Ethics of Social Media'. >> Lees het artikel
Van de uitgever: Changinghealthcare publiceert haar eerste (gratis) e-book “Sociale Media in de Zorg, de Hype voorbij?!”. Dit makkelijk leesbare e-book levert een overzicht en indeling van de verschillende soorten sociale media en maakt het enorme veld behapbaar. Dit door een eigen ordening te presenteren,en overal de vertaling naar de (zorg-)praktijk te maken.
Van huis weggelopen en thuisloze jongeren zoeken slechts zelden hulp bij traditionele gezondheidsdiensten. Het internet kan ingezet worden om deze doelgroep te bereiken en hun vragen over seksuele gezondheid te beantwoorden. Het gaat hier bijvoorbeeld over informatie over HIV en andere SOA’s. Anamika Barman-Adhikari en Eric Rice onderzochten bij een aantal thuisloze jongeren in Los Angeles de frequentie en de manier waarop deze jongeren seksuele gezondheidsinformatie zoeken op het internet.
Het internet maakt mogelijk dat mensen van over de ganse wereld samen kunnen komen in lotgenotengroepen. Er bestaan ondertussen erg veel van deze e-communities, maar er gebeurde nog weinig onderzoek naar de manier waarop ze worden geleid, hun infrastructuur, hoe ze zich ontwikkelen. Andrea Meier en Anne Jones onderzochten deze aspecten bij de e-community www.parentsofsuicide.com. Ze eindigen hun artikel met aanbevelingen voor sociaal werkers die initiatiefnemers van deze e-communities willen helpen. >>ga naar het artikel
Gezondheidsinterventies die het internet als medium gebruiken kunnen gedragsverandering als resultaat hebben. Maar hun effectiviteit hangt af van hoe de deelnemers gebruiken. Het niet, afnemend of halfslachtig gebruiken van de toepassingen door de cliënt blijft een uitdaging voor de hulpverleners die deze interventieprogramma’s inzetten en ontwerpen. Josée Poirier onderzocht de relatie tussen de sociale banden die iemand binnen zulk programma heeft en het engagement waarmee hij of zij het programma gebruikte.
"Talking sexuality online – technical, methodological and ethical considerations of online research with sexual minority youth." (Paul Willis, Swansea University). Paul Willis reflecteert over de mogelijkheden en uitdagingen van kwalitatief onderzoek over het internet, en bij uitbreiding over onlinehulpverlening.
Het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) publiceert vandaag haar jaarverslag van 2011. Een vergelijking met voorgaande jaren toont dat het aantal mensen dat belt voor iemand in zijn of haar omgeving de laatste jaren sterk is toegenomen. Verder blijkt dat bij mensen die voor zichzelf bellen de suïcidaliteit vaak al vergevorderd is. Ook wordt opnieuw bevestigd dat de oproepers vaak met complexe problemen kampen. Het totaal aantal oproepen bleef stabiel ten opzichte van 2010 (9262 oproepen in 2011, 9102 in 2010).
In Weliswaar verscheen een artikel over "De digitale eerstelijn". Steeds meer eerstelijnshulpinstanties bouwen een onlinehulppoot uit: van Tele-Onthaal en Child Focus tot Druglijn, Zelfmoordlijn, Kinder- en Jongerentelefoon en Jongeren Advies Centrum. Herwig Claes (www.online-hulpverlening.be) en Philippe Bocklandt (Arteveldehogeschool) kwamen aan het woord.
Vanaf volgende week kan je via je Digitale Weekaccount weer gratis promotiemateriaal bestellen. Er zijn zowel algemene als aanpasbare posters en flyers te verkrijgen. Wie bestelt voor 16 december 2011 krijgt bovendien al tegen 21 januari 2012 zijn pakketje toegestuurd. Wie daarna besteld moet wachten tot 21 maart. Meer nieuws vind je in de partnermodule op www.digitaleweek.be.
Naar aanleiding van de Digitale Week organiseert het Vlaams Steunpunt Nieuwe Geletterdheid (LINC) jaarlijks twee studiedagen. Naar goede gewoonte presenteren we tijdens de studiedagen enerzijds een aantal actuele onderzoeksresultaten en anderzijds een aantal interessante praktijkvoorbeelden. Na het plenaire gedeelte zijn er ook altijd een aantal parallelle workshopsessies voorzien.
Nu Twitter en Facebook hoogtij vieren en e-mail en chat communicatietoppers zijn, zoekt het welzijnswerk schoorvoetend hoe zij onlinehulp kunnen inzetten. Want niet alle smileys lachen. Onlinehulp stelt het welzijnswerk voor tal van uitdagingen. Welke onlinehulpvormen bieden we aan? Hoe verhoudt onlinehulp zich ten aanzien van ander hulpaanbod? Welke doelgroep willen we met onlinehulp bereiken? Wat zijn voordelen? Welke combinatie van hulp- en dienstverlening wordt mogelijk? Wat zijn grenzen? Welke competenties vergt onlinehulp? Hoe voeren we onlinehulp in? Wat is schermlezen, schermschrijven, schermpathie? Het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, het OnlineHulpUitwisselingsPlatform (OHUP), de Katholieke Hogeschool Limburg en de Arteveldehogeschool bundelen hun knowhow over dit thema. Op deze studievoormiddag lanceren ze: - 'Niet alle smileys lachen’, een handboek over onlinehulp in het eerstelijnswelzijnswerk (uitgegeven bij Acco) - het Expertisenetwerk Onlinehulp Vlaanderen - de website www.expertonlinehulp.be
Belangrijk nieuws voor organisaties die met één activiteit aan twéé campagnes willen meedoen. Zoals je in de vorige nieuwsbrief al kon lezen, werken wij samen met Erfgoeddag. Erfgoeddag valt in 2012 namelijk op zondag, 22 april en dus tijdens de Digitale Week. Organisaties die willen meedoen aan de Erfgoeddagcampagne dienen zich echter vóór 11 december 2011 in te schrijven en dit via de website van erfgoeddag, www.erfgoeddag.be. Enige haast is dus geboden…